• Ken je deze workshop al?

    Relaties

    Een partnerrelatie is bij uitstek een plek waar persoonlijke thema's van partners steeds opnieuw naar voren komen. Hoe kun je hiermee omgaan? Lees meer

Vijfentwintig jaar levensschool en ambachtsschool

28 januari 2016

In de oude tijd was een olielamp een kruikje met daarin brandstof en een pit. De olielamp werd gebruikt voor verlichting of om een vlammetje in te bewaren. Het schoonmaken van de olielamp, ‘de lamp opwrijven’, behoorde tot een alledaags huishoudelijk karweitje. In ons ambacht moet je de lamp dagelijks opwrijven. Wie het vuur hoedt, moet ervoor zorgen dat er voldoende olie is om het licht te dragen en een vlam om het licht te ontsteken. Eén vlammetje is genoeg: de ene lamp verlicht de andere.


In het bouwen aan ons instituut Phoenix, wilde ik dat het instituut ook een levensschool was, waar het levensverlangen in al haar kleuren en toonaarden gewekt zou worden, als antwoord op de trend van vervlakking die zich in de westerse maatschappij van ‘controle, maakbaarheid en beheersbaarheid’ voordoet.

Het wakker maken van het verlangen het leven te kennen en het vol te nemen, in al haar dimensies, geuren en kleuren, diepe stilte, heilige momenten, tumult en rumoer, het leven in al haar volheid toe te laten. Het menselijk leven laat zich niet reduceren tot concepten, het wil gekend en ervaren worden; het wil beleefd zijn.

Zo’n plek, zo’n vrijplaats voor het leven heb ik willen bieden: een plek waar ervaren mag worden, waar de verhalen die we leven uitgewisseld worden, ingebed raken, tot rust komen en hun bestemming vinden.

Voor mij heeft het begrip ‘ambacht’ deze dimensie. In ons ambacht moet alles er mogen zijn, het is precies die vrijplaats die ons vak ons vraagt te bieden: de terugkeer naar het leven, daar waar wij het leven niet meer toe weten te laten.

In mijn begeleidersoptiek vertrek ik vanuit het principe ‘Alles is er al en alles is in alles’.

De kunst en kunde van het begeleiderschap vraagt van ons om ons af te stemmen op de diepe levensbeweging die de cursist of cliënt maakt en dit proces te volgen qua ritme, timing, fasering, en zo een context te bieden waarin de ingezette beweging zich kan voltrekken.

Om hier oog voor te krijgen vraagt van de professional zich met alles wat hij heeft te betrekken: hart, ziel, geest, lijf en handen vragen belichaming en zijn samen nodig om gewaarzijn te ontwikkelen bij zijn werk met mensen.

Om het precieze ‘handwerk’ dat dit vraagt te benoemen, kies ik voor de oude traditie van het ambacht: een beroep dat onze algehele toewijding van ons vraagt. In het gaan en het nemen van onze weg en onze eigen diepe leerbewegingen, groeit ons vakmanschap: in dit ambacht zijn we zelf in het geding.

Ons hart is hierbij onze werkruimte en zijn deur gaat naar binnen toe open: we hebben zowel de cliënt en wat het leven aandraagt binnen te laten en ons te laten raken. In de ontmoeting raken beide elkaar aan.

Natuurlijk vraagt ons ambacht van ons te beschikken over een professioneel instrumentarium. Minstens zo belangrijk is het ons te realiseren, dat we in ons ambacht ook instrument-zijn. Je biedt niet alleen een context waarbinnen de overgang zich kan voltrekken, in de ontmoeting ben je ook context.

De ontwikkeling in je ambacht vraagt dan ook van je om op twee benen te staan; je te verbreden en verdiepen in de agogische en didactische en methodische invalshoeken van je vak en in datgene dat het ambacht dragen kan, de ethiek van de levende ontmoeting.

Een ontmoeting waarin de levensbeweging en de ervaring en beleving van het leven door ons heen kan stromen. Dan gebeurt er iets wezenlijk anders in de ontmoetingsruimte.

Het verschil dat het verschil maakt zit in de fenomenologie van de overdracht en tegenoverdracht.

 

  • Wibe Veenbaas

    "Yn it stille wetter beweecht in salamander." Lees meer