Er is een balans van geven en nemen
In systemisch werken zijn er drie basisprincipes om op te koersen. De eerste twee - het recht om erbij te horen en de ordening die er is – bespraken we eerder al. Dit keer vertelt Mirjam Dirkx je over de derde: de balans van geven en nemen.
Het is het lied dat mensen zoeken in relaties, dat er opnieuw verbinding is.
naar Plato
Ik open mijn hand, precies in het midden van de ruimte tussen ons in. 'Kom maar met je hand', nodig ik haar uit, 'Heel langzaam en precies.' Een kleine systemische interventie, waarbij ik het als therapeut net zo warm krijg als zij. In elke kleine toenadering moet ze langs het stokken van haar adem, langs het verraad en de pijn van het ooit niet ontvangen zijn. Millimeter voor millimeter nadert haar hand de mijne.
Wat een langdurige tocht, het lijkt wel uren te duren! Met elke ademteug moet ik langs mijn ongeduld: is mijn liefde dan niet genoeg? Taal van ooit, weet ik. Mijn gulle kinderliefde die het lot niet kon keren, die de levensstroom niet kon verleggen, die de route van pijn en misgrijpen niet kon omzeilen. Terug ademend langs die lange lijn, verdichten de minuten in het nu zich tot nanoseconden. Het lied van verbinding begint zachtjes te neuriën in mij.
Niet te ongeduldig nu. Geen haast, geen honger. Want het lied laat zich niet dwingen. Het vraagt een lange binnenreis. En haar hand? Ze is er bijna, ik voel het aan mijn tintelende vingertoppen.
In mijn werk als opleider ga ik regelmatig te rade bij de drie systemische wetmatigheden – principes die goed functionerende systemen, families én organisaties, kenmerken. De derde – er is een balans van geven en nemen – gaat over ons fijnmazig afgestelde evenwichtsorgaan rondom hoeveel we doen en hoeveel we aannemen in relaties. Ons eerste basale nemen is het uitreiken naar het leven, met alles erop en eraan. Om het door te geven op jouw manier. Een uiterst teer lied over opnieuw tot verbinding komen. Wonderschoon. Om met Hannah Arendt te spreken: 'Elke mens is tot een nieuw begin begaafd.'